|
De tuin van Axelle Red doet dromen
Axelle Red zong ontwapenend eerlijk in de Ancienne Belgique. Haar boodschap van liefde en vertrouwen mag dan naïef zijn, ze doet wel dromen.
'Parfois un peu décue/quand je redescends sur terre', zong ze halverwege het concert, terwijl rondom haar vier zwarte muzikanten een broeierig funkritme speelden. Bracht Axelle Red een sombere boodschap naar Brussel?
Dat zou iedereen verwonderd hebben, want stond de zangeres zondag jongstleden niet als een bezetene op het podium van 01.10 "People get ready" te zingen? En is haar nieuwe plaat Jardin Secret geen ode aan de liefde, als warmste wapen tegen verzuring en verlies van samenhorigheid?
Toch was Red in het zwart en grijs gekleed en zong ze haar nieuwe songs sober en ernstig. Die liederen handelen over hoe ze zich het paradijs voorstelt, over haar dochter Janelle en over haar eigen jeugd, over haar twijfels en die van de wereld, maar vooral over haar "jardin secret" waar ze zichzelf graag verstopt.
Even zwierig als een vlinder op bloemenjacht
Red wil dat het publiek haar album als een songcyclus beluistert, zoals een lezer een boek leest. Daarom bracht ze eerst alle nieuwe songs samen, om daarna in witte kleuren terug te komen en de geduldige fans hun snoepjes te geven: "Sensualité", "Ce matin", "A tâtons", en "Rester Femme". Dat was fijn, maar die Axelle kenden we natuurlijk al langer. De zangeres had uit de Verenigde Staten een erg goeie band meegebracht. Lester Snell aan de toetsen en Steve Potts achter de drums zijn grote namen in het soulcircuit, net als Jeff Anderson (bas) en Michael Toles (gitaar). Samen zetten ze een zwoele, soepele groove neer die Red alle ruimte liet om zich vocaal uit te leven. Soul, blues, jazz of chanson: de heren zetten het helemaal naar hun hand, vaak met een brede glimlach.
Toch verliep het concert in het begin wat moeizaam, maar dat had met Axelle zelf te maken. Was haar stem niet opgewarmd? In liedjes als "Changer ma vie" en "Temps pour nous" zong ze hard en hoekig, zonder daarbij de juiste nuances te vinden. In "Perles de pluie" waren sommige hoogtes maar moeilijk bereikbaar. Maar vanaf het bloedmooie "Si tu savais" greep ze "het" beet, om daarna enkel no beter te worden.
En een Axelle in goeie vorm is nog altijd een belevenis. Die zingt even zwierig als een vlam in de wind, als een vlinder op bloemenjacht. Het unieke blijft dat ze de Franse taal haar eigen timbre en ritme oplegt en moeiteloos inpast in Amerikaanse muzikale accenten. Dat maakt haar speciaal, ofr ze nu variété ("Ce dont le monde à besoin"), hete funk ("Utopie"), sensuele soul ("Naïeve") of gewoon sobere ballads ("Jardin secret") zingt.
Veel wilde ze het publiek tussendoor niet vertellen, maar de zeldzame terzijdes waren veelzeggend. Zo herinnerde ze zich een verhaal ("De rijke bramenplukker "van Godfried Bomans, red.) dat ze als kind in de dictieles had moeten lezen en dat haar nieuwe plaat sterk beïnvloed had. Over een man die dacht dat hij met de dauw en de zoon en de bomen alle schatten van de wereld bezat, maar daarmee op het proza van de mensheid botste, die parels en goud en paleizen verwacht had. "En daarom hebben ze hem gedood", besloot Red stil, vol empathie.
Misschien was het wat ernstig allemaal, met Axelle Red vaak achter de piano, maar het concert baadde ook in een erg warme, dankbare sfeer. Red besloot het concert met haar passionele eerbetaan aan Martin Luther King, "I had a dream". Je kon daarna de Brusselse avond intrekken met het gevoel dat je geen hype, hitfeest of swingpaleis had meegemaakt, maar een doorvoelde en erg gemeende "lezing" vanuit het hart.
Peter Vantyghem
|
 |